Of je nu door de bossen wandelt of op straat, het meest belangrijk zijn de schoenen. Wandelschoenen zijn er in verschillende types, van zeer stugge niet buigzame zool tot soepele zeer buigzame wandelzool.

Voor de wandelaar op de vlakke weg is een lage, soepele, goed schokdempende schoen het meest geschikt, maar er zijn ook mensen die een hoge schoen prefereren, denk er dan om dat hij niet te stug wordt.
Wandelen is een hele andere actie dan hardlopen. Op de manier zoals de voet landt, heeft een ander effect op knieën, heupen en lage rug. Ook zorgen bij het hardlopen verticale krachten, ontstaan door de voorwaartse snelheid, voor een belasting van 2-3 maar bij het lichaamsgewicht op de schoen, bij wandelen is het 1-1,5 maal het lichaamsgewicht.

Het beste is om ’s middags te passen, de voet zet namelijk in de loop van de dag op en ook bij de tocht zal de voet opzwellen. Over het algemeen schaf je een wandelschoen daarom een halve tot een hele maat groter aan dan je normale schoen. Ook is het aan te raden de schoen te passen met de juiste sok.
Trek de schoen goed aan, hiel naar achteren, tong in het midden en de veters vast. Dan moet je je afvragen of de hiel goed zit, genoeg breedte en of je genoeg ruimte voor de tenen hebt. Trek in ieder geval beide schoenen aan en houdt ze minstens tien minuten aan omdat de schoen aan je voet moet passen. Voor de juiste schoen kun je het beste je laten adviseren bij een speciaalzaak. Zo voorkom je blessures.

Bron: Huis aan Huis